Over alimentatie bij co-ouderschap bestaat een hardnekkig misverstand. Veel ouders denken: wij verdelen de zorg voor de kinderen gelijk, dus niemand hoeft alimentatie te betalen. Dat klinkt logisch, maar het klopt vaak niet. Ook bij co-ouderschap kan er kinderalimentatie nodig zijn. En soms zelfs partneralimentatie. In dit artikel leg ik uit hoe dat zit, zonder ingewikkelde rekensommen. Zo weten jullie waar je aan toe bent voordat je afspraken maakt.
Moet je alimentatie betalen bij co-ouderschap?
Het korte antwoord: ja, dat kan. Co-ouderschap betekent niet automatisch dat er geen alimentatie wordt betaald. De gedachte "co-ouderschap, geen alimentatie" gaat alleen op als jullie ongeveer evenveel verdienen en de kosten van de kinderen eerlijk verdelen.
Waarom is dat zo? De berekening van kinderalimentatie kijkt niet alleen naar hoeveel dagen de kinderen bij elke ouder zijn. Er wordt gekeken naar twee dingen: wat hebben de kinderen nodig, en wat kan elke ouder betalen? Dat laatste heet draagkracht: het deel van je inkomen dat je kunt missen voor de kosten van de kinderen.
Verdient de ene ouder duidelijk meer dan de andere? Dan heeft die ouder meer draagkracht. In dat geval betaalt de meestverdienende ouder vaak mee aan de kosten van de kinderen bij de andere ouder. Ook als de kinderen de helft van de tijd bij allebei wonen. Zo houden de kinderen in beide huizen ongeveer hetzelfde leven.
Hoe werkt kinderalimentatie bij co-ouderschap?
De berekening van kinderalimentatie bij co-ouderschap volgt dezelfde stappen als bij elke andere zorgverdeling. Ik loop ze in gewone woorden met je door.
Stap 1: de behoefte van de kinderen. Eerst wordt gekeken wat de kinderen kosten. Dat hangt samen met het gezinsinkomen tijdens jullie relatie. Hadden jullie het samen ruim, dan is de behoefte van de kinderen hoger dan wanneer het inkomen bescheiden was. Het idee is dat kinderen na de scheiding zoveel mogelijk hetzelfde welvaartsniveau houden.
Stap 2: de draagkracht van elke ouder. Daarna wordt per ouder berekend hoeveel hij of zij kan bijdragen. Wie meer verdient, kan meer bijdragen. Samen dekken jullie zo de behoefte van de kinderen.
Stap 3: de zorgkorting. Dit is een korting op de bijdrage die je aan de andere ouder betaalt. De gedachte: als de kinderen bij jou zijn, betaal je al kosten. Eten, uitjes, boodschappen. Hoe meer dagen de kinderen bij je zijn, hoe hoger de zorgkorting. Bij co-ouderschap is die korting dus hoog, omdat de kinderen een aanzienlijk deel van de tijd bij je wonen.
Maar let op: een hoge zorgkorting maakt de bijdrage niet automatisch nul. Is het verschil in inkomen groot, dan blijft er na de zorgkorting vaak nog een bedrag over dat de ene ouder aan de andere betaalt. Hoe jullie de dagen precies verdelen, heeft dus invloed op de berekening. Wil je zien welke verdelingen er zoal zijn? Bekijk dan mijn overzicht van schema's en voorbeelden voor co-ouderschap.
Wie betaalt de kosten van de kinderen bij co-ouderschap?
In de praktijk maken veel co-ouders onderscheid tussen twee soorten kosten.
Verblijfskosten zijn de dagelijkse kosten als de kinderen bij jou zijn: eten, drinken, kleine uitgaven. Die betaalt ieder zelf, in het eigen huis.
Gezamenlijke kosten zijn kosten die niet aan één huis vastzitten: kleding, schoolgeld, sportclub, zwemles, de fiets, het telefoonabonnement. Voor die kosten openen veel co-ouders een kinderrekening. Dat is een gezamenlijke rekening waar beide ouders elke maand geld op storten. Niet ieder de helft, maar ieder naar draagkracht. Wie meer verdient, stort meer. Vanaf die rekening betalen jullie de gezamenlijke kosten.
Zo'n kinderrekening werkt vaak prettig: het geeft overzicht, voorkomt discussies over bonnetjes en voelt voor allebei eerlijk. Het is een van de onderwerpen die ik altijd bespreek als ouders uit elkaar gaan met kinderen.